Crunch
Schouderbladen los van de grond, onderrug blijft liggen, kin licht ingetrokken. Uitademen op weg omhoog.
30-dagenchallenge
Een 30 dagen buikspier challenge traint de buikspieren een maand lang met een vast schema van oefeningen en herhalingen. Het schema op deze pagina wisselt zeven oefeningen af over drie trainingen, met na elke drie trainingsdagen een rustdag en een test op dag 1 en dag 30. Daarna volgen de uitvoering, varianten, realistische resultaten en de rol van lichaamsvet.
Laatst bijgewerkt:
Kort antwoord
Een 30 dagen buikspier challenge verbetert het uithoudingsvermogen van de buikspieren. In een studie van zes weken met zeven buikspieroefeningen op vijf dagen per week haalde de trainingsgroep 47 curl-ups, tegen 32 in de controlegroep. Buikvet en buikomvang veranderden niet. Zichtbare buikspieren hangen af van lichaamsvet, en dat daalt door een energietekort.
Een 30 dagen buikspier challenge is een schema van een maand met buikspieroefeningen en een vast aantal herhalingen per dag, dat in de loop van de tijd oploopt. Deze versie gebruikt drie trainingen: A (crunch, reverse crunch, dead bug), B (fietscrunch, liggend beenheffen, hollow hold) en C (mountain climber, crunch, hollow hold). De trainingen wisselen elkaar af in zeven rondes, en elke ronde is iets zwaarder dan de vorige.
Het schema past bij beginners en bij mensen die naast hun andere training een vast blok core-werk willen. Een sessie duurt ongeveer 5 tot 15 minuten, afhankelijk van de ronde. Heb je rugklachten of een medische aandoening, of ben je zwanger of pas bevallen, overleg dan eerst met een arts of fysiotherapeut.
Het schema geeft per dag de training: sets × herhalingen per oefening, rust op dag 4, 8, 12, 16, 20, 24 en 28 en een test op dag 1 en dag 30. Ronde 1 en 2 gebruiken twee sets per oefening; vanaf ronde 3 komt er een derde set bij en gaan de aantallen terug naar het startniveau, waarna ze per ronde weer met 2 herhalingen of 5 seconden stijgen.
De opbouw volgt het principe van progressieve overbelasting: volgens het standpunt van het ACSM (American College of Sports Medicine) zijn progressieve programma's nodig om te blijven aanpassen, en voor spieruithoudingsvermogen adviseert het meer dan 15 herhalingen per set met rustpauzes van minder dan 90 seconden [1]. De laatste rondes komen in dat bereik. Een gecontroleerde studie gebruikte een vergelijkbare opzet: zeven buikspieroefeningen, twee sets van 10 herhalingen, vijf dagen per week, zes weken lang [2].
| Dag | Training | Opmerking |
|---|---|---|
| 1 | Test: crunches, daarna hollow hold | Noteer beide resultaten |
| 2 | Crunch 2 × 10, reverse crunch 2 × 8, dead bug 2 × 6 per kant | Ronde 1: 2 sets |
| 3 | Fietscrunch 2 × 8 per kant, liggend beenheffen 2 × 8, hollow hold 2 × 15 s | Ronde 1 |
| 4 | Rust | Geen buikspiertraining |
| 5 | Mountain climber 2 × 10 per kant, crunch 2 × 10, hollow hold 2 × 15 s | Ronde 1 |
| 6 | Crunch 2 × 12, reverse crunch 2 × 10, dead bug 2 × 8 per kant | Ronde 2: +2 herhalingen, +5 s |
| 7 | Fietscrunch 2 × 10 per kant, liggend beenheffen 2 × 10, hollow hold 2 × 20 s | Ronde 2 |
| 8 | Rust | Geen buikspiertraining |
| 9 | Mountain climber 2 × 12 per kant, crunch 2 × 12, hollow hold 2 × 20 s | Ronde 2 |
| 10 | Crunch 3 × 10, reverse crunch 3 × 8, dead bug 3 × 6 per kant | Ronde 3: derde set, aantallen van ronde 1 |
| 11 | Fietscrunch 3 × 8 per kant, liggend beenheffen 3 × 8, hollow hold 3 × 15 s | Ronde 3 |
| 12 | Rust | Geen buikspiertraining |
| 13 | Mountain climber 3 × 10 per kant, crunch 3 × 10, hollow hold 3 × 15 s | Ronde 3 |
| 14 | Crunch 3 × 12, reverse crunch 3 × 10, dead bug 3 × 8 per kant | Ronde 4: +2 herhalingen, +5 s |
| 15 | Fietscrunch 3 × 10 per kant, liggend beenheffen 3 × 10, hollow hold 3 × 20 s | Ronde 4 |
| 16 | Rust | Geen buikspiertraining |
| 17 | Mountain climber 3 × 12 per kant, crunch 3 × 12, hollow hold 3 × 20 s | Ronde 4 |
| 18 | Crunch 3 × 14, reverse crunch 3 × 12, dead bug 3 × 10 per kant | Ronde 5: +2 herhalingen, +5 s |
| 19 | Fietscrunch 3 × 12 per kant, liggend beenheffen 3 × 12, hollow hold 3 × 25 s | Ronde 5 |
| 20 | Rust | Geen buikspiertraining |
| 21 | Mountain climber 3 × 14 per kant, crunch 3 × 14, hollow hold 3 × 25 s | Ronde 5 |
| 22 | Crunch 3 × 16, reverse crunch 3 × 14, dead bug 3 × 12 per kant | Ronde 6: +2 herhalingen, +5 s |
| 23 | Fietscrunch 3 × 14 per kant, liggend beenheffen 3 × 14, hollow hold 3 × 30 s | Ronde 6 |
| 24 | Rust | Geen buikspiertraining |
| 25 | Mountain climber 3 × 16 per kant, crunch 3 × 16, hollow hold 3 × 30 s | Ronde 6 |
| 26 | Crunch 3 × 18, reverse crunch 3 × 16, dead bug 3 × 14 per kant | Ronde 7: +2 herhalingen, +5 s |
| 27 | Fietscrunch 3 × 16 per kant, liggend beenheffen 3 × 16, hollow hold 3 × 35 s | Ronde 7 |
| 28 | Rust | Geen buikspiertraining |
| 29 | Mountain climber 3 × 18 per kant, crunch 3 × 18, hollow hold 3 × 35 s | Ronde 7 |
| 30 | Test: crunches, daarna hollow hold | Vergelijk met dag 1 |
Kies er één en de app bouwt je programma daaromheen, om je materiaal en om de dagen dat je kunt trainen.
Elke oefening in het schema belast de buikspieren op een andere manier: door de wervelkolom te buigen, door het bekken of de benen op te tillen, of door de romp stil te houden terwijl armen en benen bewegen. Bij de crunch komen alleen de schouderbladen los van de grond en blijft de onderrug liggen; met de handen aan het hoofd trekken is een veelgemaakte fout.
De dead bug en de hollow hold trainen de romp tegen strekken in: de onderrug blijft tegen de grond gedrukt terwijl armen en benen bewegen of gestrekt blijven. Komt de onderrug omhoog, dan is de bewegingsuitslag te groot voor het huidige krachtniveau.
De hollow hold wordt makkelijker met gebogen knieën en de armen naast het lichaam, en zwaarder met de armen gestrekt boven het hoofd.
Schouderbladen los van de grond, onderrug blijft liggen, kin licht ingetrokken. Uitademen op weg omhoog.
Knieën 90 graden gebogen; rol het bekken van de grond richting de ribben zonder met de benen te zwaaien.
Armen recht omhoog, knieën boven de heupen. Laat de tegenovergestelde arm en het been langzaam zakken, met de onderrug tegen de grond.
Draai de schouder naar de tegenovergestelde knie; de beweging komt uit de romp, niet uit trekken aan de nek.
Benen gestrekt of licht gebogen, alleen zo ver omlaag als de onderrug plat blijft. De heupbuigers tillen de benen, de buikspieren houden het bekken stil.
Schouders en benen los van de grond, onderrug tegen de vloer, het lichaam in een vlakke boog.
Hoge plank met de handen onder de schouders; breng de knieën om en om naar voren zonder de heupen op te tillen.
Elke oefening in het schema is aan te passen door de hefboom of de bewegingsuitslag te veranderen. Makkelijkere versies buigen de knieën, verkleinen de uitslag of bewegen één arm of been tegelijk: een dead bug waarbij alleen de benen bewegen, beenheffen met gebogen knieën, een hollow hold met de armen naast het lichaam.
Zwaardere versies verlengen de hefboom, combineren bewegingen of voegen gewicht toe. Bij de V-up gaan de gestrekte benen en het bovenlichaam tegelijk omhoog, en bij flutter kicks blijven de benen de hele set van de grond. Met een klein gewicht op de borst wordt de crunch instelbaar zoals andere krachtoefeningen; het ACSM adviseert 2 tot 10% meer belasting zodra één tot twee herhalingen meer lukken dan het doel [1].
Het realistische resultaat na 30 dagen is een beter uithoudingsvermogen van de buikspieren: meer crunches in één set en een langere hollow hold bij de test op dag 30. In de studie van zes weken met zeven buikspieroefeningen haalde de trainingsgroep aan het eind gemiddeld 47 curl-ups, tegen 32 in de controlegroep [2].
Ook de kracht van de rompspieren neemt toe met core-training. Een meta-analyse van 16 interventiestudies vond een groot effect van core-krachttraining op de kracht van de rompspieren, maar slechts kleine tot middelgrote effecten op bredere maten van fitheid en sportprestaties [3]. Een sterkere core maakt je dus niet automatisch sneller of sterker in andere oefeningen.
Nee, een buikspier challenge verbrandt niet specifiek vet op de buik. In de studie van zes weken veranderden lichaamsgewicht, vetpercentage, buikvet, buikomvang en huidplooien op de buik in de buikspiergroep niet ten opzichte van de controlegroep, bij een gelijkblijvend eetpatroon [2].
Ander onderzoek wijst dezelfde kant op. Toen 11 jonge volwassenen twaalf weken lang één been trainden met zeer veel herhalingen, daalde de totale vetmassa met 5,1%, maar het vet verdween uit de armen en de romp en niet uit het getrainde been [4].
Eén kleine studie vond wel een plaatselijk effect: bij 16 mannen met overgewicht verminderden trainingen met hardlopen op de loopband plus crunches en rompdraaiingen met gewicht, vier dagen per week gedurende tien weken, het vet op de romp met 697 g meer dan alleen hardlopen, terwijl het totale vetverlies in beide groepen vergelijkbaar was [5]. Die trainingsbelasting is veel groter dan die van een buikspier challenge van 30 dagen.
Buikspieren worden zichtbaar als de vetlaag erover dun genoeg is; zichtbaarheid hangt dus vooral af van het vetpercentage, en lichaamsvet daalt door een energietekort. Volgens het ACSM-standpunt over afvallen versnelt krachttraining op zichzelf het gewichtsverlies niet, maar kan het de vetvrije massa en het vetverlies vergroten; 150 tot 250 minuten matige beweging per week levert slechts beperkt gewichtsverlies op [6].
Krachttraining voor het hele lichaam verlaagt op termijn wel het vetpercentage: een meta-analyse van gerandomiseerde studies vond 1,46 procentpunt minder lichaamsvet en 0,55 kg minder vetmassa dan zonder training [7]. Hoeveel energie training kost, staat in het artikel over calorieën verbranden met krachttraining.
Hoe je in de weken voor de zomer vet verliest en spiermassa behoudt, staat in de gids over de summer shred.
Na dag 30 werken buikspieroefeningen het best als onderdeel van een volledige trainingsweek. Een systematische review van EMG-studies (elektromyografie, het meten van spieractiviteit) vond de hoogste activiteit van de rechte buikspier, de uitwendige schuine buikspier en de rugstrekkers bij oefeningen met vrije gewichten, niet bij losse core-oefeningen [8].
De WHO adviseert spierversterkende activiteit voor alle grote spiergroepen op twee of meer dagen per week [9]. Kant-en-klare trainingsschema's dekken dat af, en twee of drie korte core-sessies per week zetten de opbouw uit de challenge voort.
Voor statisch core-werk volgt de 30 dagen plank challenge dezelfde opbouw, met houdingen in plaats van herhalingen.
Goed om te weten
Voor het uithoudingsvermogen en de kracht van de buikspieren wel: na een maand gestructureerd trainen lukken meer herhalingen en langere houdingen. Voor buikvet niet. In een studie van zes weken met zeven buikspieroefeningen op vijf dagen per week stegen de curl-upscores, terwijl buikomvang en buikvet gelijk bleven.
Alleen als het vetpercentage al laag is. De buikspieren worden in 30 dagen sterker, maar of ze zichtbaar zijn, hangt af van de vetlaag erover. Dat vet verliezen vraagt een energietekort over een langere periode; buikspieroefeningen alleen verminderden buikvet niet in gecontroleerde studies.
Dagelijks trainen kan bij een laag volume, maar dit schema heeft na elke drie trainingsdagen een rustdag, zodat de spieren tussen de rondes herstellen. Aanhoudende pijn in de onderrug of nek bij crunches of beenheffen is een reden om te stoppen en de techniek te laten nakijken.
Geen enkele oefening dekt alle functies van de buikspieren. Crunches buigen de wervelkolom, beenheffen en reverse crunches bewegen het bekken, en dead bugs en hollow holds gaan strekken tegen. In EMG-studies gaven oefeningen met vrije gewichten de hoogste activiteit van meerdere rompspieren; daarom vult krachttraining voor het hele lichaam buikspierwerk aan.
Dit schema begint met twee sets van 6 tot 10 herhalingen per oefening en eindigt na zeven rondes met drie sets van 14 tot 18; die aantallen zijn een ontwerpkeuze. Het juiste startpunt is een aantal dat lukt met een nette uitvoering en een stabiele onderrug.
Nee. Alle zeven oefeningen gebruiken alleen lichaamsgewicht en passen op een matje thuis. Een klein gewicht voor de crunch wordt pas nuttig na de challenge, als oefeningen met lichaamsgewicht te weinig weerstand geven om nog verder vooruit te gaan. Een stevige, stroeve ondergrond volstaat voor elke training in het schema.
Beide challenges trainen dezelfde spiergroepen. Op dezelfde dagen krijgen de buikspieren dubbel zoveel werk; ze afwisselen of de plank challenge na de buikspier challenge doen, houdt het volume beheersbaar. Een combinatie met een push-up- of squat challenge is eenvoudiger, omdat die andere spiergroepen trainen.
Rustdagen geven de spieren tijd om te herstellen, zodat de volgende ronde op een iets hoger niveau kan beginnen. Het schema heeft na elke drie trainingsdagen een rustdag en wordt maar één keer per ronde van drie trainingen zwaarder, volgens het principe dat de belasting in kleine stappen stijgt.
Bronnen